Een Verbod op Promotie van Kiloknallers - Argumenten Voor en Tegen

door Bas van Steekelenburg Samenleving - Economie - Milieu - Gezondheid & Zorg

Supermarkten promoten veel té veel ‘kiloknallers’ (goedkoop industrievlees zonder dierenwelzijnskeurmerk). Dit slachtvee leeft onder erbarmelijke omstandigheden, en hier is duidelijk het dierenwelzijn volledig ondergeschikt aan het economisch belang.

Moeten we de promotie van kiloknallers niet gewoon verbieden? Of kiest de consument zelf al voor diervriendelijker vlees en kleinere hoeveelheden?

De definitie van Stichting Wakker Dier is: ‘Alle (digitale) folderuitingen voor vlees en vleeswaren zonder zichtbaar dierenwelzijnskeurmerk’. We gebruiken deze definitie in deze discussie. Meer dan bijvoorbeeld via TV is de folder een continue vorm van communicatie met klanten.

Een verbod op kiloknallers betekent een verbod op alle folderuitingen voor vlees en vleeswaren zonder zichtbaar dierenwelzijnskeurmerk. Waarschijnlijke gevolgen zijn:

  1. Supermarkten hebben minder ruimte om consumenten te verleiden naar hun winkels te komen om grote en goedkope hoeveelheden vlees te kopen. Stuntprijzen worden minder goed gezien, en zullen dus minder effect hebben. 
  2. Hierom zal vlees minder vaak verkocht worden voor ‘stuntprijzen’.
  3. Minder ‘kiloknallers’ zal waarschijnlijk er toe leiden dat er minder vraag is naar dieronvriendelijk goedkoop vlees en er een lagere vleesconsumptie ontstaat.
  4. Doordat de focus verdwijnt op lage vleesprijzen, kiezen consumenten mogelijk vaker voor scharrel- en biologisch vlees en vleesvervangers dan voor bio-industrievlees. Ook mogen deze nog wel geadverteerd worden.

De meeste Nederlanders kopen voedsel van supermarkten. Deze supermarkten worden gezien als de machtigste partij in de voedselketen. Zo hebben deze veel invloed over wat en hoeveel we eten en drinken en beïnvloeden onze opvattingen over voedsel. 

Supermarkten hebben inmiddels een historie met vleesaanbiedingen die ons gedrag hebben veranderd. Aanbiedingen voor grote hoeveelheden vlees laten consumenten meer vlees kopen en eten dan ze waarschijnlijk willen

Onder druk van de campagnes van Wakker Dier en de publieke opinie verkopen Albert Heijn, Jumbo en Lidl sinds 2016 geen plofkip meer. De kip die wordt verkocht heeft iets meer tijd en ruimte om te groeien. Hierdoor zijn ze minder vaak kreupel, hebben ze minder pijn en minder antibiotica nodig.  

In de prijs van vlees wordt weinig rekening gehouden met de impact van vleesproductie en - consumptie. 

  • Naast dierenleed heeft de vleesproductie een enorme milieu-impact. De dieren en hun voedselvoorziening verbruiken veel ruimte, hebben veel grondstoffen nodig zoals voer, water en mest en biodiversiteit neemt af. De dieren stoten veel schadelijke gassen uit zoals methaan, dat als broeikasgas veel sterker is dan C02
  • Gezondheidskosten als gevolg van overmatige vleesconsumptie en antibiotica. Bewerkt vlees staat op de lijst van kankerverwekkende stoffen van de wereldgezondheidorganisatie. Zie ook [internal link] http://www.samengevat.nu/blog/...
  • Als landbouwgrond niet meer gebruikt wordt voor de productie van diervoeding maar voor menselijke consumptie, kunnen ondervoedingsproblemen in arme landen worden verholpen.

In de supermarkten zijn er drie soorten vlees: 

  • Bio-industrievlees; vlees verkregen via intensieve vleeshouderij waarbij het minste rekening is gehouden met dierenwelzijn. Dit is het goedkoopste vlees, en wanneer het in grote hoeveelheden wordt verkocht, noemt men het ook wel ‘kiloknallers’ .  
  • Scharrelvlees: Voor kippen en varkens met dit label geldt dat er meer ruimte is dan intensieve veehouderij, meer stro, afleidingsmateriaal en het beest kan naar buiten. Voor andere soorten vlees gelden geen wettelijk normen die bepalen of de producent dit scharrelvlees mag nomen. Het voer is niet biologisch.
  • Biologisch vlees: Dierenwelzijn staat het meeste voorop. Er zijn geen preventieve antibiotica, groeibevorderaars en pijnlijke ingrepen. Er is meer ruimte voor dieren, zo veel mogelijk biologisch voer (niet genetisch gemodificeerd) en er wordt alleen ‘echte’ mest gebruikt. Biologisch vlees draagt het EKO-keurmerk en is relatief het duurst.

Via De Rijksoverheid 

Wakker Dier is van mening dat de prijs van kiloknallers dierenleed onvoldoende weergeeft. Zo groeien dieren ongezond snel met als gevolg dat organen en het skelet onnatuurlijk en pijnlijk aangetast worden. De ruimtes zijn te klein, beesten zijn gestrest, zien soms geen daglicht meer en er ontstaan virussen waarvoor antibiotica moet worden toegediend.

69% van de vleesaanbiedingen (Q1 2017) bestond uit vlees zonder dierenwelzijnskeurmerk. Foldermonitor, Wakker Dier via AD.nl


‘Stel een verbod in voor de promotie van kiloknallers in reclame-uitingen’

Kiloknallers is bio-industrievlees zonder dierenwelzijnskeurmerk.



ARGUMENTEN VOOR

1. Lagere vleesconsumptie en hoger aandeel ‘keurmerk-vlees’

Met een verbod op kiloknallers in reclame-uitingen stopt de continue focus op stuntprijzen. Liefst 69% van de vleespromoties in reclamefolders is ‘keurmerkloos kiloknallervlees’ (via Wakker Dier, 2017). Omdat er minder aanbiedingen voor kiloknallers zullen worden ingezet vanwege het beperkte bereik stijgt de prijs van vlees

Het verbod leidt waarschijnlijk tot minder verkocht vlees. 

Hiernaast wordt het prijsverschil tussen kiloknallers en diervriendelijker vlees kleiner: Vlees met een keurmerk wordt relatief minder duur. Hierdoor zullen meer mensen switchen van kiloknallers naar vlees met een keurmerk (of vleesvervangers). Vlees met een welzijnskeurmerk is doorgaans een kleinere portie per verpakking. Er zal dan ook minder van worden weggegooid. 

Zo zal vlees meer worden gezien als een luxeproduct, waar men meer voor betaalt en zuiniger mee om gaat. 

Minder vlees is wenselijk, omdat de vleesconsumptie risico’s met zich meebrengt voor milieu en de gezondheid (zie: ‘Wat worden ook wel de ‘ware kosten’ van vlees genoemd?’). Daarnaast wordt gezegd dat dit diervriendelijke vlees beter is voor consumenten, alhoewel dit moeilijk is om te onderbouwen met cijfers.  

2. Minder voedselmisstanden en -schandalen; 

De hogere marge op vlees met een welzijnskeurmerk kan leiden tot minder wetsovertredingen. Zo zei ex-staatssecretaris Dijksma: “(..) wanneer de marges te klein worden, kan er druk ontstaan om de grenzen van het wettelijke minimum op te zoeken, zowel in termen van dierwelzijn als voedselveiligheid.” 

Er zijn recentelijk veel misstanden aan het licht gekomen: 

  • De herkomst van vlees was/is soms bewust niet te herleiden.
  • Er werd onterecht bio-industrie vlees als scharrelvlees verkocht, paardenvlees werd verwerkt in producten waar dit niet op verpakkingen werd vermeld
  • Vlees wordt geïnjecteerd met toelaatbare marges vocht met zoutoplossing etc bij vleesproductie.

De krant Trouw schreef een beschouwing over misstanden in de gehele vleesketen.  

3. Minder dierenleed 

Vlees met een dierenwelzijnskeurmerk betekent dragelijkere omstandigheden voor slachtdieren. De hogere marges bieden boeren de investeringsruimte hebben om het dierenwelzijn te verbeteren.         

4. Armeren worden niet benadeeld   

Er komt met dit voorstel geen verbod op de verkoop van kiloknallers. Mensen die goedkoop vlees zoeken, kunnen altijd ergens terecht. Er zullen altijd winkels zijn die bekend staan als plekken waar nog wel relatief goedkoop vlees te koop is. Het zal wel minder gewoon worden en moeilijker verkrijgbaar. 

ARGUMENTEN TEGEN

1. Consumenten eten al minder vlees, en vaker met ’n keurmerk

Steeds meer Nederlanders hebben al oog voor dierenwelzijn en het verhaal achter vlees. 6 op de 10 mensen geven aan bereid te zijn om meer te betalen voor een goed stuk vlees (VION). Een verbod op kiloknallers is dus overbodig.

Behalve de verschuiving naar diervriendelijkere consumptie, gaat men ook minder vlees eten. 

Sinds 2010 eet de Nederlander elk jaar gemiddeld 1 kilo minder vlees dan het jaar ervoor. Sinds WHO bewerkt vlees op een lijst zette van kankerverwekkende stoffen, zijn Britten flink minder bewerkt vlees gaan eten. 

De supermarkten minderen het aantal aanbiedingen al. In 2015 was nog 93% van de vleesaanbiedingen in de supermarktfolder een kiloknaller, in de eerste 4 maanden van 2017 was dit 69%.

Om van het gestunt met vlees af te komen wilde ex-Staatssecretaris Martijn van Dam - Economische zaken - consumenten bewuster maken, want ‘er wordt nog te vaak met de portemonnee gekozen in plaats van met het hart. Als de onwetendheid afneemt zijn consumenten bereid meer te betalen voor duurzame en diervriendelijke producten’.

2. Het verbod leidt niet tot een verandering 

Met een verbod op advertenties voor Nederlandse kiloknallers blijft er nog steeds de prijsdruk; prijzen worden Europees bepaald en 70 tot 80 procent van het Nederlandse vlees wordt geëxporteerd (CBL - Branchevereniging van supermarkten).

Zo garandeert een verbod niet dat de boer een betere prijs krijgt en het welzijn van dieren kan verbeteren.

3. De overheid moet zich niet bemoeien met consumentenkeuzes 

Veel consumenten zijn bewuster met voeding bezig: zij vinden de weg naar informatiebronnen om afgewogen beslissingen te kunnen maken. Groepen die nu nog minder voedselbewust zijn, zullen langzaam door de algemene opinie, onderwijs, vrienden en kennissen meer bewust worden over voedsel. Waar houdt het op met het reguleren van onze ‘slechte’ gewoontes? 

Nog niet uitgelezen over de regulering van onze voedselgewoontes? 

Lees op Samengevat.NU de beschouwing over een vleestaks - een belasting op vlees. Ook schreven we over de argumenten voor en tegen een suikertaks en een verbod op genetisch gemodificeerd voedsel.

Je hebt zeker wel iets toe te voegen aan deze discussie? Help mee en draag bij!